VERTIGO OF HET ONTSTAAN VAN DE WERELD

Anselm Franke - 2008

 

 

 

Er lijkt een rode draad te lopen door het werk van Wim Catrysse: een interesse voor vertigo. Het is wellicht minder de fantasmagorische, psychologische vertigo die befaamd werd door Hitchcock – het moment waarop de psyche domineert over de stabiele coördinaten van de realiteit. In vergelijking daarmee is het belang van vertigo in Wim Catrysses video’s en video-installaties fundamenteler en primordiaal. Vertigo is voor zijn werk een vertrekpunt om grenzen af te tasten. Het gaat om grenzen tussen vorm en vormeloosheid en om de vraag naar het ‘echte’ domein van het esthetische, in zoverre het esthetische hetzelfde betekent als technè waarmee we in de eerste plaats vorm geven aan het vormeloze.

 

Catrysses vertrekpunt is het blootstellen van het menselijk lichaam aan elementaire krachten. Niet wat het lichaam op dat moment ervaart is het belangrijkste, veeleer de ontmoeting als dusdanig. Het gaat om de manier waarop het mentale en het lichamelijke met elkaar vervlochten zijn, gevat in een wederzijdse relationele respons. In Catch-As-Catch-Can (2005) is dit beeld van de ontmoeting misschien wel het duidelijkste: twee mannelijke personages staan, alsof ze anticiperen op een aanval, tegenover elkaar op een rond platform dat almaar sneller lijkt rond te draaien. Als een elektrische vonk schiet de spanning heen en weer tussen de mannen en de achtergrond, tussen de dreigende anticipatie van een aanval en de totstandbrenging van een broos evenwicht – de mannen moeten hun lichamen in evenwicht houden tegen de centrifugale krachten van de zwaartekracht – terwijl de achtergrond almaar voorbijgaat. De lichamen bevinden zich in een precaire situatie waarin ze zich volledig moeten wijden aan een poging tot het beheersen van de krachten waaraan ze zijn blootgesteld. Dit is een beeld dat geconfronteerd wordt met zijn eigen ineenstorting, dat de wankele grens tussen controle en verlies van controle bloot legt. Het brengt ons tot de kern van de zintuiglijke waarneming waarmee de krachten van de gravitatie, in dit geval nog versterkt door de centrifugale beweging, beheerst worden: de evenwichtszin, waarop de meest fundamentele orde van de wereld gebaseerd is. En terwijl Catch-As-Catch-Can ons meeneemt langs de eigenlijke zenuw van het evenwichtsgevoel, wordt het duidelijk hoe deze zenuw een fundamentele structuur is, die de oorspronkelijke vorm geeft aan wat we later ‘wereld’ noemen. De coördinaten van deze wereld, zijn dimensies, zoals tijd en ruimte, staan hier op het spel, gedreven tot op de rand van hun ontbinding. Wat hier wordt tastbaar gemaakt is de relatie tussen het ongedifferentieerde en de differentie, tussen achtergrond en voorgrond, tussen subject en object, op het moment dat deze in gevaar worden gebracht en zichzelf moeten bewijzen. De doelstelling is een differentiatie van de wereld door de oerkracht die aan het symbolische systeem van differenties voorafgaat. Dit zijn de tactiele, op affect gebaseerde krachten waarin het mentale en het lichamelijke, subject en object al met elkaar vervlochten zijn en wederzijds constitutief zijn voor elkaar. Catch-As-Catch-Can wordt later als deel van een dubbelprojectie getiteld Caught in the Act (2005-2006), herbruikt. Een tweede projectie toont uitsluitend de achtergrond gezien vanaf het draaiende platform zodat het geheel, opgesteld in een hoek van 90°, de oorspronkelijke beeldconstructie van Catch-As-Catch-Can ontrafelt. Caught in the Act versterkt nog het tactiele effect op de grenslijn, het evenwichtsgevoel in zijn meest alerte vorm.

 

Zoals de meeste werken van Catrysse zijn Catch-As-Catch-Can en Caught in the Act video-installaties die rechtstreeks verwant zijn aan een zeker cinematografisch vocabularium. Als videokunstenaar is Catrysse meer verschuldigd aan de film dan aan de iconografie van de visuele kunsten. Het is in de film dat hij een esthetica vindt die een lichamelijke impact heeft die presymbolisch is en pre-esthetisch, en die aanspraak kan maken op de oorsprong, de primordiale geschiedenis van een esthetica die uitgaat van de ontmoeting op zich. Deze primordiale geschiedenis is misschien wel in zijn zuiverste vorm terug te vinden in sciencefiction. Slechts in schijn paradoxaal, zijn het de toekomst betreffende fantasieën die de oorsprong van de fantasie onthullen. Catrysse bevrijdt de essentie van deze populaire fantasy-genres, gebruikt hun specifieke economie en versterkt ze (dit laatste is een welbekende techniek in het vocabularium van de videokunst). Hij isoleert ongewone momenten, om hun allocatie te verschuiven van het fenomenologische naar het ontologische, waar het niet langer gaat om een specifieke ervaring, maar om de orde van het zijn op zich. En als dusdanig onthult zich de primordiale geschiedenis van deze momenten.

 

Als iemand zou moeten kiezen tussen het mentale en het lichamelijke, dan zou Catrysses werk opteren voor het laatste, terwijl het de grens bewandelt tussen chaos en orde, het ongedifferentieerde en de differentie. Niet de subjecten worden gedecentreerd en gestaag gededifferentieerd, maar veeleer ‘de wereld’, ‘de omgeving’, ‘de achtergrond’ of de orde der dingen. We kunnen dit niet alleen zien in Catch-As-Catch-Can/Caught in the Act, maar ook in Quartet, een werk van 2002, waarin vier mensen met elkaar geconfronteerd worden in afwachting van een aanval. In dit geval is het de stabiele grond die lijkt te desintegreren. Als in een nooit eindigende aardbeving, trachten de protagonisten hun evenwicht te bewaren op de grond die onder hun voeten desintegreert. Eens te meer gaat het werk over het gevoel van evenwicht dat ‘geëxternaliseerd’ wordt – gezien het overgegaan is in het evenwicht tussen de vier personages, wiens staat van onderlinge alertheid verheven wordt tot een geprojecteerde (dat wil zeggen, lusvormige) eeuwigheid, en dus hun ‘realiteit’ vormt. We zouden kunnen speculeren dat de beheersing van deze potentiële desintegratie van de materiële grond waarop we staan, het fragiele sociale evenwicht creëert dat zichtbaar wordt in de choreografie van de geanticipeerde maar opgeschorte bedreiging als gevolg van potentiële desintegratie en instorting.

 

Het hierboven besproken motief van de primordiale grens is misschien wel het helderste terug te vinden in Backdrop (2007), het meest recente werk van Catrysse. Backdrop werd gedraaid in Alaska en later digitaal gemanipuleerd. Catrysse laat letterlijk verschillende opnames van landschappen in elkaar overvloeien met het landschap op de voorgrond van het beeld. De opnames zijn gemaakt in een afgelegen streek van Alaska, in de buurt van een verlaten stad waar ooit het zuiverste koper ter wereld werd ontgonnen. Tegen deze achtergrond ontwikkelt dit werk het thema van materiële integratie en desintegratie, van vorm en vormloosheid, van differentiatie en dedifferentiatie, wellicht in een paradigmatische vorm. De horizon, uitgewist door windvlagen en zandstormen, is als een ongrijpbare scène waar het primordiale drama van ongedifferentieerdheid en differentie wordt opgevoerd – het oorspronkelijke schisma tussen hoog en laag, boven en onder, materieel en immaterieel, chaos en orde. Het doet denken aan een kosmisch spektakel, het is alsof we het ontstaan en de ontbinding van de wereld observeren.

 

 

 

 

 

Gepubliceerd in: BE Magazin #15, Berlin, 2008