EARTH DIVER, EEN VERHAAL VAN TWEE GANZEN

Raf Custers - 2017

Onze tijd zit in een cul-de-sac en doet niet de moeite een uitweg te zoeken. Over die impasse gaat muziektheaterstuk Earth Divervan Wouter Van Looy bij Muziektheater Transparant, dat deze week in Belgische première gaat. Van Looy past de voorstelling als een puzzel in elkaar. Eén finaal stukje houdt hij evenwel achter de hand: wat ons dan te doen staat. Dat antwoord ligt nochtans verscholen in de Earth Diver-mythe waar de titel naar verwijst.

Earth Diver speelt in en rond een meccano-staketsel. Je kunt er een grijpkraan in zien, of een schachtbok, zo'n toren boven een mijnschacht. Vocalist Phil Minton kruipt erin als een kraanman, een machinist op een draaistoel. Met schuim op de lippen bralt hij het uit tegen de grauwheid rond zich.

Op vier videoschermen boven zijn hoofd verloopt een werkdag aan een steenkoolmijn. Je ziet de arbeiders aan de prikklok. Pas na een ademtest mogen ze naar hun werkplek, als ze tenminste nuchter zijn. Hun werk is niet gejaagd, eerder afgestompte routine: kool op de schop, kool in wagons, kool op de transportband, zwart gruis op hopen, zwarte sneeuw. De arbeiders gaan gehuld in het drukkende donker van een poolwinter. In deze tijd van het jaar wordt het nooit licht, niet beneden in de mijn en boven evenmin. ‘Onontkoombaar dringt de kou bij je naar binnen’, declameert Phil Minton. ‘Dit is het seizoen dat niet meer overgaat.’

HELENDE IMPASSE

De mijn bestaat echt, in de Arctische kou op Spitsbergen. Ze produceert steenkool om een centrale aan te stoken die stroom opwekt ... om de machines van de mijn te laten draaien. Een onzinnige activiteit die enkel zichzelf bezighoudt. Dit is het meest absurde beeld uit Earth Diver waarmee regisseur Wouter Van Looy naar ons tijdvak kijkt. Toch verliest de rationele mens er, althans in deze voorstelling, niet helemaal het hoofd bij. Op scène zingt een koor lucide religieuze liederen. De zangers en zangeressen van ChorWerk Ruhr wandelen in en uit de donkerte en dagen de neerdrukkende setting uit.

Hun liederen zijn al eeuwen geleden geschreven door de Duitse componist Heinrich Schütz, in een tijdperk dat qua godgeklaagde ellende aan het onze kan tippen. Daarover heeft dirigent Philippe Herreweghe bij zijn uitvoering van Schütz' werk met La Chapelle Royale in 2013 enkele feiten laten noteren in het bijhorende cd-boekje. In 1577, acht jaar voor Schütz’ geboorte, gingen in zijn streek in oostelijk Duitsland 660 mensen dood aan de pest, in 1610 nog meer dan 900. En toen de componist vier jaar oud was, werden er op één dag 133 vrouwen als heks geëxecuteerd. Dat gebeurde in een klooster niet ver van Weissenfels, waar Schütz toen blijkbaar opgroeide.

Maar uit zijn muziek spreekt troost. Schütz geloofde dat God waakte, door zijn liederen klinkt geen twijfel. Vanzelf brengen de gezangen in Earth Diver het kouwelijke geratel van de mijn tot zwijgen. Op de videoschermen nemen ze het zelfs over van de elektronische soundscapes. Moeten ze ter heling dienen voor de duistere sfeer die uit de rest van de voorstelling spreekt? Ons bestel staat stil, laat Wouter Van Looy voelen. Het zit in een impasse, het stokt door zijn eigen contradicties. De weinige beweging die er rest, draait in vicieuze cirkels. Zoals in die aftandse mijn op Spitsbergen, zoals in de vocale uitbarstingen van stemperformer Phil Minton. Willen de liederen van Heinrich Schütz ons dan met die impasse verzoenen?

LEVEND FOSSIEL

Earth Diver ging bijna een jaar geleden in première tijdens de prestigieuze Ruhrtriënnale, in een zoutmagazijn van de voormalige cokesfabriek Zollverein in Essen, die in 1986 finaal dicht ging en sinds 2001 op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Een spectaculair decor, waar je in relatie tot de voorstelling ook een vroom statement in zou kunnen lezen: deze site is industriële archeologie, steenkool en kool tout court zijn voorbij.

In de praktijk is niets minder waar. Steenkool is juist sinds lang niet meer zo hot geweest. Nederland en Duitsland bouwen nieuwe ‘duurzame’ steenkoolcentrales, de mondiale steenkool-business floreert. Niet ver van het Ruhrgebied, tussen Aken en Keulen, kondigt Ende Gelände intussen nieuwe protestacties aan tegen de bruinkoolmijnen, die Europa's grootste koolstofwolk uitstoten. De fossiele industrie blijft werken, tegen beter weten in, als in een staat van zinsverbijstering. Zolang de voorraad strekt, of met de woorden van auteur Paul Verrept, vertolkt door Minton: ‘Alles zal zijn zoals het altijd was, opnieuw en opnieuw.’

In het programmaboekje van Earth Diver zegt Van Looy dat hij 'een onmogelijke puzzel' in elkaar past. Hij haalt stof voor reflectie uit uiteenlopende disciplines. Alles resoneert met alles op scène, alles klinkt of botst. Tegen de troostende liederen van Schütz schuurt nieuwe muziek van Nikolaus Brass, die vervolgens weer 'getorpedeerd' wordt door de soundscapes van David Van Bouwel. Tegelijk drukken de videobeelden van Wim Catrysse de gelatenheid uit van een gedoemde activiteit, door het leven aan de mijn op Spitsbergen geduldig te registreren. Maar onder de videoschermen staan de zangers, zelfverzekerd. Zij laten zich door de loden leegte niet intimideren en brengen Schütz’ muziek met groot respect.

Nog in de brochure verwijst Van Looy naar hedendaagse filosofen als Peter Sloterdijk en Slavoj Zizek. In zijn essay Du must dein Leben änderen (2009) riep Sloterdijk op om uit de narcose te ontwaken, de routine af te stoten, het over een andere boeg te gooien. In Living in the End Times (2010) observeerde Zizek dan weer hoe het globale kapitalistische systeem naar de apocalyptische verdoemenis leidt. Zijn punt is dat we dat wel collectief erkennen, maar het echt niet onder ogen zien, eigenlijk niet geloven – zoals iemand die pas ongeneeslijk ziek is bevonden. En dus gebeurt er niets. Daarom, vindt Sloterdijk, moet elk mens de hoop op zichzelf stellen en zelf het heft in handen nemen. Want niemand doet het voor jou, geen enkele autoriteit, ook God niet – als die nog bestaat.

ZAADJES VERZUIPEN

In de voorstelling zelf blijft die politieke analyse onderbelicht. Van Looys laat ze hoogstens en sourdine meeklinken in zijn puzzel. Dat is een risico, zeker wanneer Heinrich Schütz en zijn hemelse troost juist wel vol baan krijgen. Temeer omdat Van Looy ook nog een ander puzzelstuk achterhoudt. Volgens de scheppingsmythe waar Earth Diver zijn titel aan ontleent, is de aarde geschapen met zand dat uit het diepste van het heelal is opgedoken toen het heelal nog niets dan zee was. Er bestaan verschillende varianten van het verhaal. Zo is er een versie opgetekend met twee zwarte ganzen: de schepper en een duivel die koste wat het kost hoger wil vliegen dan hem. Je kan er de mens in zien, die de materie van de aarde en de natuur omzet in menselijke activiteit. Tot die stofwisseling vastloopt en we staan waar we staan.

In Homo Disparitusbeschrijft de Amerikaanse journalist-schrijver Alan Weisman wat er gebeurt wanneer de mens het tegen de natuur aflegt: dan neemt de natuur het opnieuw over. Zo bevindt zich op Spitsbergen niet alleen die Russische steenkoolmijn, maar ook de 'Seed Vault', een bunker die uit de hele wereld zaden van de meest uiteenlopende variëteiten bewaart in de permafrost van het Hoge Noorden. Daar leiden ze een sluimerend bestaan voor latere generaties – na de Apocalyps? Of dat was ooit toch het opzet van de zadenbunker. Alleen blijkt zelfs de permafrost niet eeuwig. De bunker lekt, deze lente liep er smeltwater binnen. Zal Meester Mens zijn onmacht moeten bekennen? Is dat fatalisme de enige mogelijke uitkomst?

De planeet moet binnen op Intensive Care, daarmee is hoogdringendheid gemoeid. Wij zijn ons daarvan bewust. Dat bewustzijn had assertiever uit deze voorstelling mogen spreken. Leest u de tekst van Paul Verrept nog eens na. Hij accepteert uiteindelijk het ontij: 'er is zelfs geen wanhoop meer'. Maar zo doem hoeft het toch niet af te lopen? In de scheppingsmythe van ‘Earth Diver’ waren er tenminste nog twee ganzen, en wedijverde creatie met destructie.

Raf Custers is historicus, journalist en schrijver.

Gepubliceerd in Rekto:Verso, 9 AUG, 2017